6.
Hij zet zich in zijn eigen krijgstent neêr,
Omgeven van zijn meestvertrouwde vrinden,
Beandwoordt duizend vragen, vraagt hen weêr
Naar 't kamp, het woud, hun doen en ondervinden.
Zij gaan weldra, en niemant toeft er meer
Dan de Eremiet. ‘God hoedt Zijn welbeminden,’
Zoo spreekt de heilge: ‘O, wel ervoert gij dat,
Mijn Ridder, op uw wonder pelgrimspad!