30.
Hoe schriklijk ook, toch is die aanblik schoon!
Genot wordt uit den schoot der vrees geboren,
En 't schor trompetgeschetter heeft een toon,
Ontzettend en toch lieflijk om te hooren!
Maar 't Christenheir, schoon kleiner, spant de kroon,
En streelt het meest alle oogen en alle ooren:
Zijn wapens flikkren boven de andren uit,
Krijgshaftiger dreunt zijn trompetgeluid.