71.
Want onherstelbaar is aan déze zijde
Des Heidens macht verpletterd, rij aan rij.
Aan d' andren flank nochtans is 't krijgsgetijde
Den Christnen tegen, en hun val nabij.
Één Robbert, bloedende, onbekwaam ten strijde,
Ontkomt nog juist de schand der slavernij,
Maar de andre valt Adrast ten buit. - Zóó dalen
En rijzen van weêrszij' des Noodlots schalen.