124.
Ach, laaft er dan geen enkle pijl zijn dorst?
Vraagt geene om bloed uit zóóveel, zóóveel schichten?
Al was elk hart met diamant omschorst,
Gij doet toch wel een vrouwenboezem zwichten?
Welaan, verwin! hier is mijn bloote borst!
Gij moogt op haar uw vlijmendste' angel richten.
Ze is week genoeg: o, vraag het Amor vrij,
Geen enkle van zijn pijlen miste mij!