32.
Slechts tegen 't staal gebruikt de held zijn staal;
Zijn wapen spaart die zelf een wapen derven.
Zijn donderstem, zijn oog - een bliksemstraal! -
Doet kracht en moed in aller hart besterven.
Hij spaart, of dreigt, of doodt. De zegepraal
Doet overal den lauwer hem verwerven;
En waar hij 't leven eischt of 't leven biedt,
Zoo weêrbare als onweêrbare, alles vliedt!