67.
Maar Tankred, die met alle kracht van reden
De dapperheid van zijn Latijners voedt,
Ziet naauwlijks wat die twee belagers deden,
Bij 't dreigen van dien dubblen fakkelgloed,
Of zwijgt op eens en rent met reuzenschreden
En flikkrend zwaard den woestaarts in 't gemoet:
En zij die straks al de andren leerden beven,
Zijn op hun beurt getemd en weggedreven.