38.
Maar plotsling, ziet! daar rijst een open vak,
Ovaalrond, door geen struiken overweven:
Slechts één cypres, die 't hoofd ten hemel stak,
Stond als een pyramide hoogverheven.
Hij naakt, en ziet! een deel der schorse is vlak
En overal met teekenen beschreven,
Niet ongelijk aan 't hieroglyfenschrift,
Waarin de Egyptenaar zijn raadsels grift.