31.
De Franken zijn 't, die eerst den krijgstromp steken:
De Vijand hoort, en andwoordt hem terstond.
Het Christenheir knielt in oodmoedig smeeken
Voor God in 't stof, en kust den heilgen grond.
Zie! de afstand slinkt, de ruimte is weggeweken!
Reeds zijn de flanken slaags! Front tegen front,
Man tegen man, staat de infantrie! De sluizen
Slaan open en - de bloedrivieren bruizen!