79.
Een jonger broêr des Veldheers volgt zijn schreden;
Hij wankelt aan den hoogen vestingrand:
Maar Reinout, als zijn engel toegetreden,
Weêrhoudt en tilt hem aan zijn rechterhand.
Buljon terwijl heeft rusteloos gestreden,
Door doodsgevaar begrimd aan alle kant,
Waar niet slechts menschen zich ten tweekamp wijden,
Maar zelfs de krijgsmachinen samen strijden.