76.
Zijn Albert trekt naar 't fier Germanje heen,
Waar hem zijn moed met lauwren overlaadde.
Hij overwint in 't krijt, in 't veld, den Deen,
En Otto geeft zijn dochter hem tot gade.
Ginds dwarrelt heel des Romers macht uitéén
Voor Hugo, die met straffende ongenade
Haar slaat. Italiens Markgraaf noemt men hem,
En heel Toskanen siddert voor zijn stem.