17.
De Heer zal Welf de bede in 't harte geven,
Dat uw genâ moog' dalen op den Held,
Die in den gloed der gramschap heeft misdreven;
Dat hij in eere in 't leger zij hersteld!
De Jongeling, 't is waar, droomt nu zijn leven
Nog ledig door, in minneboei gekneld:
Maar twijfel niet, of binnen weinig dagen
Zult gij naar hem niet langer vruchtloos vragen!