39.
Zij andwoordt hem: ‘Dat rechtgeaart verlangen
Is uwer waard; en echter, 't baat u niet!
Wat gunstbewijs mag ik u doen ontfangen,
Dat de Eeuwige in Zijn hoogen raad verbiedt?
Nog moet een wijl de sluier blijven hangen,
Nog schuilt de dag der glorie in 't verschiet:
Tot hij genaakt, mag niemant ooit doorgronden,
Wat in deez' Nieuwe Waereld wordt gevonden.