3.
Thands, Muze! doe de koopren snaren schallen,
En noem mij, op den maatklank uwer luit,
Des Heerschers Bondgenooten en Vazallen!
Welke Edelen en Vorsten zond het Zuid,
Welke Oversten van honderdduizendtallen
Heel 't Oosten, op Egyptens roepstem, uit?
Gij-enkel kunt de legioenen tellen
Der waereldhelft, die hier te wapen snellen!