18.
Maar ik gebied een uitgelezen heir!
Ons bloed heeft vaak op d' eigen plek gevloten,
Wij deelden menig strijd en menige eer!
Wat naam of toenaam van mijn tochtgenooten,
Wat zwaard of lans, is me onbekend? Ja, meer!
Van welk een pijl, bezijden me afgeschoten,
Zeg ik u niet, als hij de lucht doorrent,
Wat landman, Frank of Ier, en wie hem zendt?