64.
Zoo spreekt de wijze; en Reinout leent het oor
Aandachtig en met neêrgeslagen oogen;
De schaamte tint met zachten purpergloor
Zijn bleek gelaat - hij houdt het hoofd gebogen.
De grijzaart ziet zijn binnenst' door en door,
En spreekt: ‘Mijn zoon! kom, hef het hoofd ten hoogen!
Wil op dit schild bemoedigd de oogen slaan,
Bewonder daar der Vaadren heldendaân!