49.
In 't slavenjuk! O, weg dan met die lokken,
Die gij veracht. Het onbarmhartig mes
Besnoei ze! Ook dit fluweel moet uitgetrokken:
Het voegt niet aan een lage dienaress'!
De slachting woede - ik volg u onverschrokken;
De storm rammei - 'k spring naast u in de bres!
'k Zal onvermoeibaar u ter zijde rennen,
Uw lansen dragen en uw paarden mennen!