28.
Fluks vangen zij een blijde reidans aan,
En huppelen in duizend slingeringen
Om Reinout heen, dien ze in den kring doen staan,
Terwijl ze meê den myrthenboom omringen.
Ai ziet, hoe vlug heur sylfenvoetjens gaan!
Ai hoort, hoe zoet heur rozenlipjens zingen:
‘Te goeder uur tradt ge onzen Lusthof in,
Gij, Liefde en Hoop van onze Koningin!