55.
De wrake zal zijn vuigen kop verneêren;
Want dronken door zijn schijnbare overmacht,
Zal hij zijn roof met gretigheid verteeren,
En zwelgen en vernielen dag en nacht.
Maar midden in zijn schenden en schoffeeren,
Als hij den slag het allerminst verwacht,
Zal eensklaps hem Egypten overvallen:
Egypten is niet ver meer van deez' wallen!