48.
Hij mengelt pek en zwavel door elkaâr,
In 't Doode Meir van Sodoma vergaderd,
Of in den stroom, die met zijn troeble baar
Tot negenmaal de krocht der Hel dooradert.
Alzoo bereidt de sluwe Toovenaar
Een vuur, dat stinkt en blindbijt wien het nadert;
Dus zou een felle brand, vol schade en pijn,
De wrake voor 't ontweldigd mastbosch zijn.