54.
De vijand heeft een handvol steens geroofd,
Een handvol volks! De Stad is ons gebleven:
De Stad bestaat uit ons doorluchtig Hoofd,
Uit ons, de bloem der Natie. En wij leven!
De Koning leeft! de Hemel zij geloofd.
Wij zien ons van een vaste burcht omgeven.
Verheer' de Frank in blinde razernij
Een eenzaam oord, de neêrlaag is nabij!