26.
En Reinout wordt een nieuw tooneel gewaar,
Zoodra zijn voet het park is ingetreden:
Daar splijt een eik zich plotsling van elkaâr,
De schorse wijkt van boven tot beneden:
Een woudnymf komt te voorschijn, wonderbaar
Gekleed, maar schoon, met poezle maagdenleden.
Nog honderd boomen splijten evenzeer,
En honderd nymfen dartlen heen en weêr.