51.
Het paar snelt voort. Daar ruischt het uit de krochten
En kloven: ziet! daar worden ze overal
Door duizenden van monsters aangevochten
Van allerhande kreet en kleur en stal.
Van d' Atlas tot den Nijl, zijn geen gedrochten
Zóó vreeslijk en zóó talloos in getal;
't Hyrkaniesch woud en Afrikaas woestijnen
Doen hier, zoo 't schijnt, hun gantsch gebroed verschijnen!