89.
Hij zwijgt, - en om den éénen dood te ontvluchten,
Smoort Tankred nu den wensch naar d'ándren dood.
Hij hoort naar troost, hij sust zijn ongenuchten,
Hij-zelf belijdt zijn droefheid al te groot.
Toch bersten vaak hem de opgekropte zuchten
Ten boezem uit, en schreit hij de oogen rood;
Toch spreekt hij soms zich-zelven toe, of fluistert
Tot haar, die uit de starren hem beluistert.