79.
O dierbaar lijk! ik wil, ik zal u vinden,
Indien ge nog op 't eigen plekjen slaapt.
Of hebben daar - laat af, laat af, verblinden! -
De wolven reeds hun offer weggeraapt?
Dan moge ook mij dezelfde muil verslinden!
Hoe gruwzaam ook de roode grafkuil gaapt,
De schrik verdwijnt en 't lijden wordt gelenigd,
Indien hij ons gebeente slechts vereenigt!’