7.
De lichtgestalte glimlacht: ‘'t Is verdwenen,
Het reiskleed, dat me omgaf op 't pelgrimspad.
Slechts vorm en geest zweeft voor uw oog daarhenen,
'k Ben burger van de blijde Hemelstad!
Dit is Gods Huis! Hier zal ons God vereenen,
In 't Heldenchoor....’ - ‘‘Wanneer begroet ik dat?
Roept Godfried uit: ‘“Weêrhouden de aardsche banden?
Verscheur ze, o God, met Uw almachte handen!”’