40.
Hier kunt gij, tot het grillig lot zich wendt,
Uw dagen en uw koninkrijk verweeren!’ -
‘“Wee!”’ roept de Vorst, ‘“in hopeloze ellend
Ziet Salem door heur haatren zich onteeren!
Mijn leven en mijn glorie spoedt ten end.
'k Leefde en regeerde. Ach, leven en regeeren
Heeft morgen voor uw veegen vriend gedaan:
Mijn laatste dag, 't noodlottig uur, rukt aan!”’