106.
Rampzalige ik! had ik het ooit gedacht,
Dat uw gezicht mij afschuw zou verwekken?
'k Verdraag het niet! O, mocht een tastbre nacht
Den appel mijner oogen overdekken!
Ai mij! waar is de klare zonnepracht
Dier oogen? waar de vriendlijkheid dier trekken?
Waar ging de roos dier lieve lippen heen?
Waar bleef de ziel, die van dat voorhoofd scheen?