35.
Hij haast zich door de wulpsche tooverdalen,
Hij spoedt zich reeds door 't kronklend prachtgebouw.
Intusschen vindt Armida bij heur zalen
Den Draak gedood. De sidderende vrouw
Blijft aarzlend staan. Zou haar de vrees doen dwalen?
Kán 't waar zijn? Ja! Hij vlucht! hij is ontrouw!
Zij ziet hem ginds - o pijnlijkste aller slagen! -
Heur rijk ontvliên als of hem vleuglen dragen.