65.
Zoo zingt de snoode in hemelzoete noten.
Den Ridder wordt bij ieder malsch akkoord
De slaap gelijk een balsem ingegoten,
Tot hij allengs niet langer ziet noch hoort.
Al ware op eens een donder neêrgeschoten,
Niets had het stille beeld des doods verstoord.
Nu snelt op eens de valsche tooveresse
Haar schuilhoek uit, dat zij heur wraakzucht lessche.