77.
Dan komt Tedout, en Bonifaas, de vreugde
Der minnende Beatrix aan zijn zij';
Geen manlijk oir dat deze twee verheugde,
Geen zoon, gerijpt voor 's vaders heerschappij.
Toch is Mathilde een toonbeeld aller deugde:
Die dochter streeft een wakkren zoon voorbij.
Haar mannenmoed bemachtigt vorstenthroonen;
Haar sluier haakt zij vast met gouden kroonen.