57.
Door Godfried tot zijn moeilijk werk verkoren,
Verliet hij 't Kamp bij d' avondzonneschijn,
En reed daarheen, in de eenzaamheid verloren,
Door menig veld en stille woudwoestijn.
Zoo stond hij reeds vóór Askalon bij 't gloren
Van d' eersten straal door 't uchtendwolkgordijn;
En eer het licht de steile middagboogen
Beklom, daar lag het leger voor zijne oogen!