24.
Hij spreekt. Heel 't kamp ontroert terwijl hij spreekt.
Alkast-alleen hoort twijflend hen gewagen
Van zooveel angst: de held, die ijzer breekt,
Wien sterveling noch sterven doet vertsagen,
Die voor gedrocht noch spookgestalt' verbleekt,
En jubelt onder storm en bliksemslagen;
Die met den Dood in al zijn vormen spot,
Niets vreeslijks vreest en enkel buigt voor God!