2.
Het Heldenpaar was lang al opgestaan,
En gespte reeds zich 't harnas om de leden:
De gids gaat vóór langs de onderaardsche baan,
Waar nooit een straal des dags was neêrgegleden.
Ze ontwaren in de weeke kronkelpaân
Nog d' indruk van hun allereerste schreden:
Hij leidt hen tot aan d' oorsprong van den vloed,
En spreekt: ‘Ik keer; mijn vrienden, zijt gegroet!’