68.
De schutters, eerst, beginnen 't oorlogsspel:
Ziet! hoe ze reeds én boog én boogpijl richten.
De scherpe flitsen vliegen bliksemsnel,
De lucht verduistert door een wolk van schichten.
Maar 't slingertuig, vernielende als de hel,
Dreigt doodlijker verwoesting aan te richten,
Daar 't heel een jacht van marmren kogels werpt,
En balken, aan de punt met staal gescherpt.