127.
Armide zwijgt, en trouw aan haar verlangen,
Neemt zij alreeds den scherpsten pijl te baat.
Daar snelt door een der donkre lommergangen
De Ridder aan - hij ziet haar jammerstaat,
Hij ziet de vale doodskleur op haar wangen,
Heur hand gereed ter zwarte gruweldaad -
Hij haast zich d' arm rondom heur leest te slingren,
En rukt de flits uit heur bestorven vingren.