6.
‘Komt!’ spreekt zij, ‘komt, gelukkige! in mijn boot,
Die ongedeerd de branding door zal jagen!
Hij weet van storm noch bliksem, splijt den schoot
Der zee, en kan de zwaarste lasten dragen.
Mij zond mijn Heer. Voorwaar, Zijn gunst is groot,
Want zonder gids zoudt gij den tocht niet wagen.’
Zoo spreekt zij, en al dichter voert de stroom
Den steven naar den groenen waterzoom.