96.
Zoo grijnst hij, en, in dollen wrok ontbrand,
- Barbaar! waartoe die teêre bloem geschonden? -
Heeft hij zijn zwaard in de elpen borst geplant,
Wie slechts de pijl der Liefde moest verwonden.
De teugel zinkt uit heur verslapte hand;
Zij duizelt, al heur krachten zijn verzwonden.
Dat ziet heur Odoardo, en snelt aan,
Wel vlug, maar toch te laat. Ach, wat gedaan?