120.
Buljon zit bij het stille rustbed neêr,
Waar Reimont ligt, heraâmend van zijn lijden.
De dappersten en kundigsten van 't heir
Omringen 't edel Hoofd aan beide zijden.
De schildknaap komt; nu spreekt er niemant meer,
Terwijl zij hem gespannen aandacht wijden.
‘Heer,’ spreekt Vafrijn, ‘Gij deedt me uw wil verstaan,
En 'k ben terstond op kondschap uitgegaan.