9.
Hij spreekt: daar vaart een Godgeheiligd beven
Door Reinouts hart. Hij buigt aan 's grijzaards voet,
En biegt oprecht al wat hij heeft misdreven,
Versmeltende in een heeten tranenvloed.
Nu worden al zijn zonden hem vergeven
In 's Heeren naam, gewasschen in Zijn bloed.
En Peter spreekt: ‘Wend morgen vroeg uw schreden
Naar gindschen berg en offer uw gebeden!