86.
't Gaat spraakloos voort door 't donker van den nacht.
Maar eindlijk toch verbreekt de wijze 't zwijgen;
‘Gij, Reinout! zaagt in volle bladerpracht
Uw eigen Stam, zijn wortel en zijn twijgen.
Heeft hij een reeks van helden voortgebracht,
Nog zal hij niet den trotschen schedel nijgen;
Nog bloeit hij voort met altijd groenen top,
En nimmer droogt de tijd zijn sappen op.