73.
‘'k Ga,’ spreekt zij, ‘eer de Egyptenaar zijn heiren
In aantocht brengt. De gloed waarvan ik blaak,
Zal mij de kunst der zelfherschepping leeren,
En elke list der vindingrijke wraak.
'k Wil wondren doen, 'k wil boog en zwaard hanteeren,
De machtigsten verbinden aan mijn zaak.
Zoo ik maar half mijn grimmigheid mag boeten,
Treed ik gevoel en eerbaarheid met voeten!