55.
De sterke held ontveinst voor oogenblikken
De foltring, die zijn peezen trillen doet.
Hij snelt vooruit om 't bolwerk los te wrikken,
Den steenhoop op, en wenkt zijn trouwen stoet.
Maar eindlijk toch voelt hij zijn kniën knikken,
't Zweet berst hem uit, hij wankelt op zijn voet.
Bij elken tred nokt de adem in zijn longen:
Zoo ziet hij wel tot d' aftocht zich gedwongen.