83.
Maar eer Buljon zich ruste wenscht beschoren,
Ontrukt hij zijn gekwetsten aan 't gevaar.
Geen wrak der stormgevaarten gaat verloren,
Hij zamelt al de rammen bij elkaâr.
Hij redt tot zelfs zijn cederhouten toren,
Den grootsten schrik der Saraceenenschaar,
Al hebben ook de wilde wervelvlagen
Des strijds alom zijn palen murw geslagen.