62.
Wat zal hij doen? Zal hij in 't dorre zand
Haar laten, op den grens van dood en leven?
De deernis slaat zijn wanklen voet in band,
Toch wordt hij door den nooddwang voortgedreven.
Hij gaat. De wind speelt blazende in het want;
De Jonkvrouw wenkt aan 't roer: heur lokken zweven
Als golvend goud: het scheepjen snelt daarheen:
Hij blikt terug naar 't strand, maar - 't strand verdween!