54.
Nu mag er ook geen oogenblik gemard:
't Is tijd, nog ééns op Salem aan te rukken.
De Zuiderzij', door rots bij rots verspard,
Wat moeite en zweet het kost', moet eindlijk bukken.
Te lang heeft ons die steenklomp uitgetart,
Zij 't klimmen zwaar, o 't kán en zál gelukken!
Te meer daar slechts geringe tegenstand
Van wapens ons zal wachten van dien kant.