59.
Ga, wreedaart, ga! Wat zou me uw vrede baten?
Behoud dien zelf! Verbreek uwe eeden, ga!
Toch zal mijn schim u nimmermeer verlaten,
Als straks de dood mij windelt in de wâ.
'k Heb teêr bemind en vurig zal ik haten;
'k Volg, schuiflende als een Eumenide, u na.
En als het Lot door zeën en orkanen
U heendraagt en doet strijden bij uw vanen: