97.
Rampzalig zwijgen! Waarom in die tijden
Geen heul gezocht voor 't prangen van mijn nood,
Als toch weldra de toom mij zou ontglijden,
Dien ik vergeefs in beide handen sloot?
Ik reisde weg: 'k verborg mijn zielelijden
Hier binnen, en verwachtte in 't eerst den dood;
Maar eindlijk wierp mijn min, ten top gedreven,
De teugels af - nu wenschte ik ook te leven.