101.
Nu laat de Faam heur schelle roepstem hooren,
Terwijl ze vliegende over 't kampperk snelt.
Reeds dringt de mare in Reinouts siddrende ooren,
Reeds heeft een boô den jammer hem gemeld.
Smart, deernis, spijt en blakerende toren
Doorwoelen straks den boezem van den Held.
Reeds is hij op den Sultan ingevlogen:
Daar grijnst Adrast, met helschen gloed in de oogen.