60.
Met boog en pijl gewapend, een barbaar
In stal en gang, stapt hij vermomd daarhenen.
Zijn vreemde spraak verbaast de gantsche schaar
Van makkers, die zich in een kring vereenen.
Hij hadd' in Memfis een Egyptenaar,
In Tyrus een Feniciër geschenen.
Hij stijgt te paard: zijn vliegend krijgsgenet
Laat naauw in 't zand den indruk van zijn tred.