73.
Het zacht geschommel op de trage wegen
Wekt Tankred uit zijn zwijmlende onmacht niet.
Een dof gesteun, der koude borst ontstegen,
Verraadt dat toch de levensstroom nog vliet.
Maar zwijgend ligt Klorinde neêrgezegen,
En alles toont, dat haar de ziel verliet.
Dus wordt het kamp bereikt: daar worden beiden,
Zoo jammerlijk vereend, op nieuw gescheiden.